Wachten op Noah
Ish Ait Hamou
06.10.2026

Wacht je mee?

Pre-order

Nog te gaan

--dagen
--uur
--min
--sec

Exclusief

Lees hier het eerste hoofdstuk!

Strandvrijwilligers

Daar zat ze, in het donker. Af en toe, tussen twee wolken door, belichtte de halve maan haar. Dan zagen we haar zitten op dat witte kunststof stoeltje, met gebogen rug, alsof ze de zee amper meer durfde aan te kijken, bang voor wat de golven met zich zouden brengen.

Rond haar stoeltje lagen de sporen van de pogingen die ze hadden ondernomen. Fruit. Stukken brood belegd met jam of kaas. Blikjes cola, flesjes water, bekertjes afgekoelde thee of koffie. Een tajine. Onaangeroerde resten van de hoop dat er toch maar iets tussen zou zitten dat ze zelfs in haar verdriet niet zou kunnen weigeren. Maar het was tevergeefs. Roerloos bleef ze zitten.

Het waren vier mannen die zich over haar ontfermden. De ene al wat ouder dan de andere. Terwijl wij er allemaal een beetje verloren bij zaten, leken zij zich gerichter door de nacht te bewegen. Om de zoveel tijd wisselden ze onderling een paar woorden uit. Soms in de vorm van een instructie en soms als steun. We zagen handen op schouders landen en vingers wijzen naar de vloedlijn, de vrouw, de klif of de horizon. Soms vroegen de mannen of we iets voor hen konden doen en op andere momenten vroegen ze of wij zelf iets nodig hadden. We waren allemaal getuigen van hoe zij een avond, een nacht en een ochtend de vrouw omringden. Soms bleven ze een tijdje naast de vrouw zitten, waarschijnlijk om haar eraan te herinneren dat ze niet alleen was. Zij waren de enigen die haar benaderden. De enigen die haar aanspraken, die haar aanraakten. Niemand had het ons verboden, maar wij wisten wel beter. Ik denk dat niemand van ons haar verdriet onder ogen durfde te komen. Uiteindelijk waren we maar een groep onbekenden, een groepje mensen die hadden besloten om mee te helpen met de zoektocht. Sommigen van ons liepen langs de vloedlijn om de jongen te zoeken terwijl anderen de keuken van Chez Hussain hielpen schoonmaken, een kleine bistro die aan het einde van het wandelpad uitkeek over het strand. Maar de meeste uren brachten we zittend door op het koude zand terwijl we naar de vrouw en de vier mannen keken, en wachtten. We voelden de voorzichtigheid waarmee de mannen handelden. Een van hen herkenden we als de man van de parasols, de andere was Hussain van de bistro. Ook was er een Senegalees en de vierde, die als laatste arriveerde, moest haar echtgenoot zijn, concludeerden we.

Om de zoveel tijd veranderde de wind het aanzicht van het strand in het maanlicht, behalve het stukje strand onder de poten van het terrasstoeltje waarop ze zat. Een vrouw op een kunststof witte stoel. Naast haar een vlaggenmast. Wachtend op haar jongen.

Sinds die nacht heeft geen van ons nog op dezelfde manier naar de zee gekeken. De brekende golven hadden altijd op aanmoedigende schouderkloppen geleken, maar tijdens die lange nacht klonken ze ontmoedigend. Ze braken in een ritme van verdriet. Traag en zwaar. De meeuwen die tussen de nachtelijke wolken en onze hoofden vlogen, krijsten als altijd, maar die nacht klonk hun gekrijs als een requiem. We zaten allemaal te wachten. Op een mirakel. Op de zee. Op het lichaam van Noah.

Pre-order nu je gesigneerd exemplaar
Cover van Wachten op Noah, Ish Ait Hamou